Een rijke geschiedenis...
De parel aan 'De Kroon'

De Rooigembeek, rustig kabbelend door drassige weiden, alle van elkaar gescheiden door prikkelgraad en parallelle grachtjes vol stekelbaarsjes; dwars over die beek, het smalle, met tengels en distels overwoekerde weggetje over de Glazen Brug naar 't kerkhof en zo verder naar het piepkleine schooltje van mester Gerard Van Paemel; stroomafwaarts het rad van de watermolen, bijna onvindbaar achter wilgenroosjes, boerenwormkruid en laag struikgewas; het omwalde Kleine Kasteeltje van Messire Van Oogst en de afschuwelijk slechte grindweg van de Korte Ast, het zijn allemaal Mullemse herinneringen uit een ver vervlogen tijd. Langs de Grote Baan tussen de Marionne (Moriaanshoofd) en 't Strop pronkte toen de stenen Bekemolen boven het groen der eeuwenoude eiken uit, en iets buiten de dorpskern domineerde het witte nonnenklooster annex meisjesschool het landschap, hoog en fier, maar toch eenzaam.

Is de tijd hier stille blijven staan? Had de tand des tijds geen vat op dat lieflijke, golvende dorpje aan de rand van de Vlaamse Ardennen? Men zou het kunnen geloven: na meer dan honderd jaar is zo weinig vernieuwing, maar ook zo weinig verval te merken.

In De Kroon

En toch… de jongensschool is een vermaard restaurant geworden en van de meisjesschool blijft alleen nog een kleuterklasje over. De Grote Baan van toen is nu alleen nog een letter met een nummer. Verdwenen zijn de eiken, zwaar verkeer raast nu voorbij en niemand kent nog het plekje waar de kerk van Huise volledig schuil gaat achter die van Mullem. De statige molen kreeg, jaren geleden, een verfrissende opknapbeurt, maar staat nu weer te verkommeren, vleugelloos en grijs van de korstmossen. Den Ast is glimmende asfalt geworden en de weg naar de Vaddenhoek werd dit jaar volledig vernieuwd. Maar pastorij, kerkhof en dito muur, de doodlopende kasseiweg, waaraan het dorp de naam 'eind van de wereld' dankt, 't Kasteeltje en de witgekalkte boerderijtjes, hebben de eeuwen getrotseerd en zijn quasi ongeschonden de moderne tijd ingetuimeld. Het is er een en al rust in Mullem, tenminste als de winterse wandelaars niet al te luidruchtig worden of de zomerse fietsers de klim van de Korte Ast in stilte willen aanvatten. Want Mullem is een fiets- en wandeldorp geworden!

En juist daar, aan de voet van de Korte Ast, die nijdige kuitenbijter, staat herberg 'De Kroon', ook al eeuwenlang en onveranderd. (Op paaszondig 4 april 2010 passeert de wielerklassieker "de Ronde van Vlaanderen" voorbij "de Kroon" om de korte Ast als 1ste helling te beklimmen.)

De bekendste uitbaters van dit dorpscafé zijn ongetwijfeld Maria De Clercq en Rafaël Nachtergaele. Voor de modale Mullemnaar lijkt het of Maria daar altijd al heeft gewoond en toch is de waarheid anders: ze zag in 1928 het levenslicht op 'De Plaatse' in Huise, maar als acht maanden oud baby'tje verhuisde ze met haar ouders, Remi De Clercq en Martha Walgraeve mee naar De Kroon in Mullem en daar is ze verder opgegroeid. Vander Remi pachtte de herberg en het lapje grond van de familie van Oost, die meer dan 130 eigendommen bezat. Maria vertelde mij, enkele maanden vóór haar door, dat al die bezittingen afkomstig waren van de eerste vrouw van 'Peetje' Van Oost, zoals hij in de volksmond werd genoemd. Andere getuigen echter weerleggen dit verhaal, maar toch is iedereen het erover eens dat Dame Caroline een doodbrave vrouw was die door verbranding aan haar einde kwam. Niemand schijnt echter de ware toedracht te kennen.

Hoe het ook zij, de traditie wilde dat op tweede Kerstdag alle pachters hun jaarlijkse pacht bij de kasteelheer, in casu Georges Van Oost, gingen inlossen. als kind mocht Maria wel eens met haar vader mee. Dan zaten al die mensjes, netjes op een rij in de lange gang van 't Kasteel Den Ast, stijfdeftig op hun stoel, de klak tussen de verwrongen vingers, wachtend op hun beurt.

Men zou kunnen denken dat 'De Kroon' altijd al een herberg is geweest maar ook dat is maar schijn. De eerste sporen van het huis zijn te vinden in de dikke bevolkingsregisters van Mullem en dateren van vóór 1867. het adres was toen 'Plaats nr. 66 bis'. Die 'bis' laat vermoeden dan het huis toen recentelijk was gebouwd. Jean Baptist Van Dorpe van Eine en zijn vrouw de Zingemse Pelagie Dhondt, allebei in 1831 geboren , waren toen de pachters. Hij was werkman en zij was spinster, maar het woord 'herbergier' vinden we niet terug, waaruit dat we durven besluiten dat het om een gesloten huis ging.

Wanneer ze met hun kinderen Kamiel, Leonie, Stephanie en Octaaf naar Huise waren verhuisd, kwamen in datzelfde huis, op 17 april 1978, voor korte tijd weliswaar, de zestigers Jean Baptist Vanheuverswijn (° Ouwegem in 1816) en Virginie Vandenheule (° Kruishoutem in 1817) wonen. Hij was dagloner en zij huishoudster en weer is er geen sprake van herbergier of herbergierster. Pas wanneer enkele jaren vóór de eeuwwisseling stoeldraaier Leander De Ruyck (° Huise 24/11/1847) daar kwam wonen, kreeg hij de titel herbergier mee. Zo was dat huis, dat nu het nummer 113 had gekregen, de herberg 'De Kroon' geworden.

Leander was amper 56 jaar oud wanneer hij op 30 januari 1904 stierf . Zijn vrouw Stefanie De Clercq (° Huise 16/02/1854) zorgde niet alleen voor de zes kinderen (Helena, Emilie, Gustaaf, Jules, Theophiel en Anna) waarvan de oudste toen wel al 21 jaar was, en de Benjamin nog haar plechtige communie moest doen, maar de zorgde ook als herbergierster voor 't café tot het einde van het jaar 1928.

Op 17 januari 1929 verhuisde Rmi De Clercq van Huiseplaatse naar De Kroon op Mullemplaatse, om daar het café van zijn tante Stefanie verder uit te baten. Het huisnummer was nu veranderd in 112.

Vader de Clercq was herbergier en een beetje boer en moeder Martha tapte de pintjes, zorgde voor het huisje en ook voor het gezellige kruidenierswinkeltje aan de linkderkant. De gelagkamer was laag gezolderd, met zware eiken balken en naast de toog gaapte een donker keldergat met daarboven de voute. Het winkeltje van Martha (later van Maria) maakt nu deel uit van de verbruikserszaal, want De Kroon is heden enkel nog het weekend open en kruigt nu de moderne naam van 'brasserie' of 'eetcafé'.

Tot ver in de zeventiger jaren was de vorige eeuw was De Kroon nog een echt dorpscafé. Het was de ontmoetingsplaats van de ganse parochie, oud of jong, rijk of arm, ieder vond er zijn gading. Na de hoogmis zakten de kaarters naar daar af en na nog geen kwartier was geen tafeltje meer vrij. En wanneer in Vlaanderen drie, vier mensen geregeld samen komen stichten ze een club. Zo had De Kroon weldra zijn kaartersclub, de voorloper van het huidige 'Klein maar dapper'. En terwijl de kaarters nog hun 'boompjes' trokken verschenen al de eerste duivenmelkers met hun constateur, want De Kroon was ook de toeverlaat van 'De Verenigde Vrienden'.

In De Kroon - De Verenigde Vrienden




Drukte bij het inkorven, drukte bij de prijsuitreiking en drukte bij de nabespreking. Duivendiploma's en foto's van de 'blauwe' geschelpten' konden niet ontbreken en sierden overal de wanden van de gelagzaal. Maar de kaarters en de melkers waren nog niet allemaal naar huis vertrokken of de schutters stonden al voor de deur, want De Kroon was ook de zetel van de schuttersmaatschappij 'Sint-Sebastiaan', een club voor de boogschieters van de 'liggende wip'. In de zomer trokken die natuurlijk ook naar de staande wip aan de Marionne. En als de schutters er niet waren bezetten de bolders het terrein, want buiten lag een overdekte dein, zodat zelfs bij regenweer met de krulbol kon worden gespeeld. Logisch dat er ook een bolderclub ontstond. En alsof dat nog niet volstond werd De Kroon ook het supporterslokaal van wielrenner Michel Nachtergaele, de jonge broer van Rafaël, voor korte tijd de vedette van het dorp. Dat waren de jaren vijftig, maar kort na de oorlog maakte Romein Thomaes daar het mooie weer en vóór en tijdens de oorlog waren dat Gerard Verzele en de broers Jules en Gustaaf Lambrecht.

In De Kroon - de toenmalige boogschietsersclub

Op de kermissen was het dorpscafé open van vroeg in de voormiddag tot een stuk na middernacht. Boogschieting, gaaibolling, kasseibolling, kaarting en het jaarlijkse velokoersje brachten ambiance. De koers vertrok aan of passeerden langs De Kroon en elke ronde moest de Korte Ast beklommen worden: een nachtmerrie van iedere beginneling, want een fiets met verzet was toen door de BWB verboden.

En vergeten we de jaarlijkse Valiezenkoers niet, een folkloristisch spektakel, enig in zijn soort en met een weerklank ver buiten de streek. Op 15 augustus stond (en staat nog altijd) het dorp in rep en roer. In Mullem kon men dan op de koppen lopen. Zo een massa kon De Kroon niet meer slikken, zodat de brouwerij toog, stoelen en tafels moest aanvoeren. Dan werd ook buiten op het koertje getapt en kon men aanschuiven voor het nieuwe fenomeen, de barbecue.

Neem bij dit alles nog dat op begrafenissen het café open stond voor een broodmaaltijd, dat bij openbare verkopingen notarisse De Kroon uitkozen voor hun zitdagen, dat vereniging daar hun verdienstelijke leden huldigden en dat daarnaast Rafaël al die tijd fulltime als loonarbeider in dienst van Roger Audoorn en in het hoogseizoen tot 20 uur per etmaal werkte, dan weet je dat Maria en Rafaël een druk bestaan hadden. Op den duur werd dat te zwaar voor Maria. Met veel wroeten en sparen hadden ze een flink sommetje vergaard, waarmee ze een lapje grond langsheen de N60 kochten en daar een optrekje lieten bouwen. Eind februari 1974 trokken ze daarheen, om rust te krijgen en van hun pensioen te genieten. En deze zomer is Maria plots ziek geworden en is voor altijd van ons heengegaan.

Maar Raf en Maria hadden amper hun café over gelaten of in Mullem kwam de televisie alles op zijn kop zetten. In 1980 koos regisseur Bram van Erkel het dorp en de dreef van Den Ast uit als locatie voor de verfilming van 'Een blijde Dag', naar een novelle van Stijn Streuvels en met een scenario van Liberia Carlier. De kritiek had het over 'mooi in beeld gebracht, maar eindeloos vervelend', ondanks het acteertalent van eeen jonge Mieke Bouve. Maar de trend was gezet. Drie jaar later bouwde televisieregisseur Dré Poppe het dorp om voor de opnamen van 'Daar is een mens vertronken', naar het boek van Ernest Claes en met een scenario van Pierre Platteau. Spelers als Jacob Beckx, Warre Borgmans, Jef Burm en Jo De Meyere maakten de cast, maar het dorp en 'De Kroon' vormden de hoofdelementen van het decor. Het hoogtepunt kwam er toen in 1985 de BRT de naturalistische roman 'Hard Labeur' van de Mullemse auteur Raymond Stijns verfilmde. Zeven zondagen na elkaar zaten alle Vlaamse kijkers voor hun TV te gruwelen en achteraf werden de wandaden van 'Speeltie' (Jo De Meyere) en 'Mie' (Chris Lomme) druk becommentarieerd. Bij de laatste soap in de Kroon verfilmd zaten de "toeristen aan de toog… "!

Dat werd de doodsteek voor 'De Kroon' als dorpscafé. Mullem was nu het televisiedorp bij uitstek en van heinde en verre kwamen wandelaars en fietstoeristen kijken naar de plaats waar Speeltie zijn kinderen mishandelde. Het café werd nu bevolkt door vreemden en de echte Mullemnaars waren er niet meer thuis. Die vreemden wilden andere bieren en wilden ook een stukje eten. En de nieuwe bazen, Pol en Miet Hostens-Halewyck, speelden daar op in, en serveerden naast vele soorten bieren ook croque-monsieurs en schotels spaghetti. In het zo rustige Mullem en vooral in de Kroon werd het drukker en drukker… met allemaal mensen die hier de rust kwamen zoeken.

Maar de zaak bleef floreren, hoewel ze alleen nog in het weekend open was. Ook Polen niet lieten De Kroon over, maar ook de nieuwe uitbaters hebben in de weekends geen rust door al die wandelaars en kijklustigen. De spijskaart werd nog meer uitgebreid.

In 2008 was het pittoreske Mullemse dorpsplein weer het decor voor een nieuwe film. Leerling-regisseur Hendrik Verthé nam er de absurde actiekomedie 'Jappegem' op. Hubert Daemen, Noureddine Farihi, Vic De Wachter en nog meer andere bekende televisiekoppen liepen een tijdje in Mullem rond, maar ook de Oudenaarse toneelgroepen Litoziekla (licht, toneel, muziek, klank) en Theater Stam werkten er aan mee.

En wie herinnert zich de begingeneriek van 'Man bijt Hond" van vorige jaargang nog? Heb je ook 'De Kroon' erkend? Maar dat niet alleen. Sinds meer dan 70 jaar zakken amateurs en echte kunstanaars naar Mullem af om er de mooiste plekjes op papier te zetten. Zo werd de Kroon verschillende keren vereeuwigd.


Bron: Artikel De parel aan 'De Kroon', door Fernand Bauters en Hilaire De Cleene